102
ben ik toen over gaan nadenken —, waarom al die moeders hun jongens liever beschuldigden van kwaadwilligheid dan ze vrij te pleiten wegens onmacht. Later ben ik er achter gekomen: er is eigenlijk maar één ding, dat iemand werkelijk in de oogen van anderen verlaagt, en dat is onmacht —, omdat er maar één ding is, dat ze in hun hart vereeren en dat is „macht".
Een millionair mag met havelooze kleeren en een gedeukten hoed rondloopen —, als de menschen hem kennen en weten, dat hij betere kleeren zou kunnen dragen, dan glimlachen ze toegeeflijk en noemen hem een zonderling —, en let nu eens op hoe ze doen tegen iemand, die uit armoede, uit onmacht versleten kleeren draagt, Heb je wel eens gehoord van die tooneel-stukken, waarin zoogenaamde „gentlemen-dieven" voorkomen? Ik ben er eens naar een gaan kijken —, het was nogal vervelend —, maar de houding van het publiek was merkwaardig: de man, die steelt en het niet noodig heeft, is interessant en bijna aantrekkelijk, maar de man, die steelt uit nood, is een boef naar wien niemand omkijkt, Kwaadwilligheid is niet erg, onmacht is erg, Dat voelt zoo’n moeder uit het volk —, als ze mij zegt dat haar jongen „wel kan, maar niet wil." En ze belijden het tegendeel. Eerlijke armoe! Die jongen Van Herwerden bij jou in de zesde klas schijnt nogal opvliegend te zijn —, zijn vader zegt: hij verdraagt absoluut geen beleediging, geen geringschatting —, en dat vindt die vader mooi, dat vinden