g6
„Kind!” riep tante, „hoe haal je 't in je hoofd! Blauwsel in luiers! Dat...”
Plotseling herinnerde ze zich, dat ze het had tegen de mevrouw van Jantje, en ze hakkelde: „Ik bedoel... mevrouw... blauwsel, dat moet u niet doen, mevrouw...”
Maar de mevrouw, die eigenlijk geen mevrouw was, — daardoor kwam het ook! — had vreeselijke pret, en knikte tante toe:
„Goed, hoor tante, ik doe het wel zonder blauwsel!”
Tante wreef zich met haar zakdoek over het voorhoofd, al had ze dan geen mantel en hoed aan. Hè, je wist hier gewoon niet, hoe je het had...
Toen ze weg ging, en Jantje en mevrouw haar samen uitlieten, vond tante, dat ze als-tante-zijnde vragen moest:
„En bent u nogal tevreden over Jantje?” Mevrouw knikte tegen Jantje.
„Gaat best, hè Janus? We kunnen wel met elkaar opschieten.”
Toen zag mevrouw de mantel, en zei medelijdend:
„Mensch, hoe hou je 't uit! Daar is 't toch veel te warm voor!”
„Och,” zei tante, ,,'t staat altijd gekleeder...” Tante kwam op 't schip met, op raad van