87
Nu mevrouw er eenmaal over gepraat had, bleek het heele huis al vol te zijn van de komst van het kindje. Mevrouw liet haar zien, wat ze er al voor gebreid had: poppige truitjes, eigenwijze broekjes.
,/s Avonds brei ik er aan,” vertelde mevrouw. „Maar nu ik het je verteld heb, en ik het overdag zooveel makkelijker heb door jou, kan ik het overdag ook gaan doen.”
Jantje wou wel graag alle werkjes in huis van mevrouw ovememen, dat mevrouw heele dagen zou kunnen breien. Maar dat durfde ze natuurlijk niet te zeggen.
„Moeten die truitjes en broekjes niet eerst ge-wasschen worden, vóór het kindje ze aan krijgt?” bood Jantje begeerig aan.
„Misschien wel,” peinsde mevrouw, „ik heb er nog geen verstand van.”
Dat was nu weer erg weinig mevrouwerig, om te vertellen, dat ze ergens geen verstand van had. „Zal ik tante vragen?”
„Heeft je tante verstand er van?”
„Tante is vroeger altijd in betrekking geweest, en ook wel eens waar kleine kindertjes waren.” „Ja,” zei mevrouw nadenkend, „dan was het misschien niet kwaad, als je je tante er eens naar vroeg. Of zou ze het misschien al vergeten zijn?” „Tante? Vergeten? Tante praat iederen dag over