225
werk best af. Dag mevrouw, tot ziens en beterschap. De hartelijke groeten van uw Jantje.”
Toen ze de envelop dicht-likte, dacht ze weer: „moeder”.
En toch had ze haar niet eens haar moeilijkheden mogen vertellen...
* *
*
Toen gebeurde het alles veel vlugger dan ze gedacht hadden:
Het bericht, dat ze zich heelemaal uitgerust voelde, eigenlijk uitgeruster dan ze zich ooit herinnerde zich gevoeld te hebben.
Het bericht, dat het nu niet lang meer duurde, vóór ze thuis kwam.
Het bericht, dat ze overmorgen om half zes aankwam. Maar overmorgen was al morgen, toen ze de brief ontvingen. Morgen om half zes, — morgen om half zes, — dat was veel te gauw om waar te kunnen zijn! Ze konden geen van allen begrijpen, dat dat nou echt waar was.
Meneer kwam zelf met het bericht in de keuken, om het Jantje te vertellen. Hij was er heelemaal opgewonden van, en dat was hij anders nooit. Hij las Jantje de paar regels voor, waar het in stond.
„Overmorgen al!”
Jantje’s oogen straalden.
Aan wal. 15