Aan Wal

Titel
Aan Wal

Jaar
1932

Overig
1ed

Pagina's
245



2l8

Jantje keek van meneer naar Rie. Ze zag opeens, hoeveel ze op elkaar leken: allebei zoo hulpeloos, omdat de moeder ziek was.

Toen dacht ze, met een schok:

„Ik moest er iets goeds van maken. Van mijn werk. Nu is het gekomen, dat ik er iets goeds van kan maken.”

En ze zei langzaam, en ze keek meneer niet aan en Rie niet, maar ze dacht dat ze meester Bos aankeek:

„Ja. — Ja, ik kan het wel.”


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.