Aan Wal

Titel
Aan Wal

Jaar
1932

Overig
1ed

Pagina's
245



195

konden schelen, en dan slikte ze de rest maar in.

Tot dien éénen Donderdag, toen alles zoo heerlijk stil was in huis, toen het naaikamertje rook naar de was, die Jantje er dien morgen in- en uitgewreven had, toen de zon tot ver in het kamertje reikte en de gewreven kap van de naaimachine glanzend maakte als een spiegel, — toen was het, dat de waslucht of het zonlicht of de stilte, of alles bij elkaar, iets onzegbaars deed wegvallen tusschen mevrouw en Jantje. Of Jantje meer durfde, en mevrouw meer begreep.

Ze wist later niet meer, hoe het begonnen was. Mevrouw had het werk even in haar schoot neergelegd, en had een beetje achterover geleund. Dat deed ze niet vaak: zich den tijd nemen, om even niets te doen.

Jantje dacht toen: wat ziet ze er moe uit. En meteen daarna: ik wou wel wat doen voor haar, — wat helpen, waardoor ze minder moe wordt.

Het was net, of mevrouw haar gedachten voelde. Ze zat even later weer rechtop, en zag er niet meer zoo moe uit. Ze had een lachje op haar gezicht.

Ze praatten over de kinderen. Over Herman, — over Bart. Veel over Bart.

En na Bart, over tante. Over vader. Over *t schip.

Toen over moeder.

Jantje praatte nooit over moeder. Met niemand.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.