190
erg stom zou zijn. Ze was alles vergeten, vast en zeker. En dat dacht Rie niet. Die kon zich dat natuurlijk niet meer voorstellen. Als je geregeld op school bleef gaan, zooals zij, verder leerde, dan wist je niet meer, hoe gauw je alles kwijt raakte als je van school af was.
Ze had het gisteravond naar huis geschreven, van die lessen van Rie. Vader zou er wel erg blij mee zijn. Tenminste... jawel, vader wist wel, hoe heerlijk ze het vond. En tante... die zou het eerst erg gek vinden, en dan zou ze zeggen: „zij moet ft weten/’ en dat beteekende: „als zij het prettig vindt, vind ik het al lang best.”
Hè, wat wou ze graag weer eens tante hooren zeggen: „zij moet *t weten.” En zien hoe ze een beleedigde mond trok, waar ze niets van meende... En vader zien, en Bart. En Bart vertellen van de jongens hier, en hem zien doen alsof ft hem niets kon schelen, juist omdat hij zoo vreeselijk nieuwsgierig was... En vader vertellen hoe goed het hier was, — dat ze allemaal vergaten, dat ze hier „voor d'r vak” was, — en hoe 'n heerlijke vriend Herman was met z'n schoenenpoetserij, — en vertellen van Rie, die even oud was als zijzelf, — en vooral van de moeder... hoe 'n moeder die was.
Of nee, dat zou ze vader toch maar niet vertellen...
* *
*