i86
„Dus als je kon, zou je nu nog graag zitten leeren?” „Nou,” zei Jantje, „wat graag.”
Herman werd plotseling actief. Als iemand bij hem in huis iets graag wou, al was het dan ook zoo iets onmogelijks als leeren, dan moest daar wat op gevonden worden.
„Misschien kan vader je les geven.”
„Ben je mal?” schrok Jantje. „Die heeft het al druk genoeg!”
Ze zag zich al: les krijgen van meneer, — en ze kende meneer nog heelemaal niet, al was ze nu toch een heele poos hier in huis.
„Rie dan?” opperde Herman. „Die wordt toch ook schooljuffrouw?”
„Die heeft zelf veel te veel te leeren.”
„O, dat schikt nogal. En ze is toch knap, dus dat geeft niks.”
Hij maakte al een beweging in de richting van de deur, om zóó maar naar Rie toe te gaan met z'n ideeën.
„Wat ga je doen?” riep Jantje verschrikt.
„Rie zeggen, dat ze je les moet geven.”
„Ben je nou?”
Ze moest er toch om lachen, om het zotte idee, en om Herman’s voortvarendheid. Als hij het nu maar niet echt ging doen, — lief was het toch wel van hem...