iB5
niet aan dachten, dat ze hier voor d’r vak was. Wat zou meester Bos daarvan zeggen?
Maar Herman verdiepte zich graag in gissingen.
„Maar zeg, Jantje, als je nou nog niet dienstmeisje was, of dienstmeisje was geen vak, wat zou je dan voor vak kiezen?"
Dat was een ontzettend moeilijke vraag. Ze had er nog nooit over nagedacht.
„Ik denk..." aarzelde ze.
„Machinist lijkt jou toch ook wel leuk, hè?"
„Jawel, maar dat is niets voor meisjes."
„Wat dan?"
„Ik denk... toch maar dienstmeisje!"
Herman knikte wijs. Dienstmeisje. Ja, het leek hem toch wel beter dan schoenenpoetser alleen. Er kwam van alles bij te pas, schoenen-poetsen ook. En in elk geval was het beter dan leeraar...
„Ja," zei hij begrijpend, „en daar hoef je ook niet zoo veel voor te leeren."
„O, dat is 't niet, — ik vind leeren juist fijn!"
Herman keek haar aan met iets van afschuw.
„Leeren fijn? Als je ’t niet hoeft?”
„Ja," hield Jantje eerlijk vol. Al moest ze er zijn achting om verliezen, ze vond leeren fijn.
„Gom," schudde hij ontdaan zijn hoofd, „dat dacht ik niet. Dat is dan net als bij Rie en Daan."
„Ja.”