169
„Je hebt hem nog niet eens, en nou bedank je
al!” lachte Herman. „Wat wou je graag hebben
dat ik teeken?”
Moeilijk was dat! Wat kon hij teekenen? En wat wou ze graag?
Wat wou ze graag?
„Als het kan...” zei ze langzaam, voor zich heen, „dan graag een turfschip.”
Annetje kwam ook nog goeienacht zeggen, en gaf haar een handje.
„Wel te rusten, Jantje.”
„Wel te rusten, Annetje.”
Heerlijk was dat, dat ze om beurten in de keuken kwamen, vóór ze gingen slapen. Zou Rie ook nog komen? Maar die ging zeker nog later naar bed dan zij zelf, — die moest studeeren! Ze zouden wel niets aan elkaar hebben, want Rie studeerde, en zij hielp alleen maar Rie’s moeder... En toch waren ze even oud. Ze was nog nooit met een meisje in één huis geweest, dat even oud was.
Toen kwam Daan om het hoekje van de keukendeur „nacht Jantje” zeggen. Dat was, toen de keuken al gezellig gemaakt was als een kamer, en Jantje stil en soezerig en moe haar kopje thee zat te drinken. Ze schrok ervan op uit haar soezen, en toen de deur al achter Daan dicht was, en Jantje