164
„Dag/' zei ze verlegen.
„Dag/' knikte het meisje vriendelijk terug. En toen ze ook naar binnen bij moeder was, wist Jantje nog niet eens hoe ze heette. Maar aardig leek ze, — en zoowat even oud als zijzelf leek ze ook.
De meneer belde niet aan, die kwam met een sleutel naar binnen, maar toch zag Jantje hem nog even. Een echte meneer, met een baard! Gek, dat ze nog niet eens wist, wat meneer van z'n vak was, — hij kon wel dokter zijn of schoolmeester of zoo iets, of net zoo goed wat anders ook. Tante had wel gelijk gehad, dat het een beetje raar was, zoo heelemaal niets te weten van je nieuwe betrekking.
Wat veel had ze te verwerken! Gezellig, zoo'n huis vol menschen. Daar was Annetje en Herman, en de jongen waar ze de naam nog niet van wist, en het groote meisje waar ze de naam niet van wist, en de meneer, waar ze het vak niet van wist. En de moeder. En dat ze allemaal direct uit school naar moeder liepen...
Het was wel al heel lang geleden, dat moeder er nog was, thuis op 't schip...
Thuis op 't schip... Daar was ze vanmorgen nog geweest... En nu was ’t pas middag. Vanavond zou ze hier slapen, en niet in 't schip. Haar kamertje