Aan Wal

Titel
Aan Wal

Jaar
1932

Overig
1ed

Pagina's
245



163

oogen. Ze lachte verlegen, toen ze Jantje zag, en liep gauw door naar haar moeder.

„Hoe heet je?" vroeg Jantje haar nog achterna, en een donker stemmetje riep terug: „Annetje."

Toen kwamen de twee jongens, vijf minuten na elkaar. Ze waren bijna even groot, en toch was de één al dertien en de andere tien. Die van dertien was een tenger, vlug kereltje, met warrig, donkerblond haar, dat half over zijn voorhoofd lag, en half probeerde een kuif te vormen. Hij knikte plezierig „dag!" tegen Jantje, en liep toen ook door naar z'n moeder, om verslag van school uit te brengen.

Die van tien was forsch, vierkant. Toen Jantje de deur openmaakte, net nadat zfn broer naar binnen was gegaan, trok hij vlug z’n muts van z'n hoofd en gaf haar een hand.

„Dag. Ik ben Herman."

Ze wist niet dadelijk wat ze zeggen moest. Leuk, dat hij zijn naam zei, zonder dat ze er naar vroeg.

„Ik ben Jantje," zei ze.

O "

Ook naar moeder toe.

En toen kwam tenslotte de oudste. Jantje liep weer naar de bel, en stond tegenover een meisje, dat net zoo groot was als zij zelf. Ze voelde opeens, dat ze daar erg blij mee was.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.