Aan Wal

Titel
Aan Wal

Jaar
1932

Overig
1ed

Pagina's
245



i58

stond Jantje afwezig toe te kijken, of haar dit werk niet meer aanging. Het schip kwam stil te liggen, zij kon het roer loslaten, en vader de boomstok. Dat was alles.

Ze schoven de plank uit, en Bart liep dadelijk in het gras, het natte, dauwige gras. Toen, zonder een woord, liepen vader en Jantje samen tot bij het voorste puntje van 't schip.

„Vader, nou ga ik weg,” zei ze met een klein stemmetje.

”Ja”

„Vindt u 't... vindt u het akelig?”

Vader boog zich over de rand heen en keek in 't water.

„Het kon niet anders, hè?” zei hij gelaten.

„Ik was wel graag aan boord gebleven, maar dat kan nu niet meer, nu ik zooveel ouder ben geworden. Hè vader?”

„Nee.”

„Vader, u bent toch niet boos op me?”

Hij keek op.

„Bóós op jou? Och kind.”

Hij was niet boos. En toch kon ze dat klemmende gevoel niet kwijt raken, alsof ze iets niet goeds deed tegen vader.

„Ik zal naar huis fietsen,zoodra ik eendagvrij heb,” beloofde ze, meer tegen zichzelf dan tegen vader.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.