Aan Wal

Titel
Aan Wal

Jaar
1932

Overig
1ed

Pagina's
245



156

jongens. Voor hem mochten ze wel eiken dag ergens anders heen gaan.

Tante was binnen bezig. Ze zag er erg tegen op, dat Jantje straks van 't schip af zou gaan, en niet eiken avond thuis zou komen. En wat had je er dan aan, als je op ’t dek was, en d’r met 'r kleumige toetje aan ft roer zag staan. Straks, dan was het tijd genoeg...

Vader volbracht regelmatig zijn loop langs de kant. Heelemaal voorover liep hij, de knop van de stok zwaar tegen z'n schouder. Hij voelde het niet meer, waar die stok drukte. Die plek was het al gewend, van dat hij een jongen was.

Als hij dicht bij het roer kwam, voelde Jantje hem achter zich. Ze keek niet om. Als ze zijn voetstap het dichtst bij zich hoorde, dacht ze telkens: „Nu.”

Nu met hem praten. Nu iets hartelijks tegen hem zeggen, — want hij moest er zoo lang op teren, als ze eenmaal weer in de stad terug was. Nu vragen, of hij het erg vervelend vond, dat ze niet meeging.

„Nu.”

Maar als ze het gedacht had, gingen zijn voetstappen al weer van haar weg, — de langzame tocht met de boomstok tegen de schouder, — de telkens eendere tocht, die het schip vooruit moest brengen.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.