Aan Wal

Titel
Aan Wal

Jaar
1932

Overig
1ed

Pagina's
245



154

ander gezicht dan het bleeke, sippe snoet van den heelen dag.

„Dag meneer, dag mevrouw,” zei ze eentonig, of ze op school een tafel op moest zeggen.

Meneer gaf haar een hand, en zei:

„Je moet overal maar net zoo zijn als je voor ons geweest bent, Jantje.”

„Ja meneer,” beloofde ze.

,,'k Ga met je mee naar de voordeur,” zei mevrouw.

O, wat veel prettiger was dat, dan hier in de kamer al goeiendag te moeten zeggen. Wat erg, erg lief van mevrouw.

„Je komt toch gauw weer naar Knulletje kijken?”

„Als ik tijd heb,” zei Jantje benauwd.

„Natuurlijk heb je tijd.”

Nu stond ze bij de voordeur. Wat moest ze nu zeggen? En ze kon niets zeggen, met die prop in haar keel...

Ze hoefde ook niets te zeggen.

„Dag kind,” zei mevrouw, en gaf haar een zoen.

En toen stond Jantje op straat.

* *

*

Het was nog vaag-donker in den morgen, toen vader het schip wegstootte van de wal. Alles sliep nog rondom. Op de buur-schepen was nog niemand


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.