Aan Wal

Titel
Aan Wal

Jaar
1932

Overig
1ed

Pagina's
245



145

dan was dat toch nog thuis. Maar als ik bij mevrouw weg zou moeten...”

Ze zei het maar niet verder. Ze wou er niet verder over nadenken. Misschien toch iets met de divan...

„Ik weet er niets anders op,” zuchtte vader. „Ik moet weg.”

Moeten. Daar kon je je tegen kapot stooten, — het hielp toch niets. Als iets moest, dan was er geen ontkomen aan. Dat wist Jantje al van toen ze heel klein was.

„Ik zal vragen of ik voor dag en nacht kan,” zei ze klein. In haar hart wist ze, dat het niet zou kunnen.

Maar wat dan? Wat dan?

Niet over denken... Nu nog niet over denken...

Mevrouw zag het wel, dat er wat aan scheelde met Jantje. Ze zag warempel wit vandaag, en dat was ze niet van haar gewend. Ze zou toch niet ziek gaan worden?

„Janus, wat heb je?”

„Ik? Niks mevrouw.”

Ze stelde het ieder oogenblik uit, erover te beginnen. Misschien kwam er een goede gelegenheid. Maar nu deze gelegenheid er was, dat mevrouw vroeg wat ze had, nu liet ze het ongebruikt voorbij gaan.

Aan wal.    10


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.