139
„Zullen we es bij 'm gaan?”
,/k Weet niet...”
Mevrouw had gezegd van niet-opnemen, maar dit was toch wel erger dan mevrouw gedacht had.
„Als je heel stil bent, zullen we samen naar binnen gaan,” besloot ze.
Ze maakte de schuifdeur open en knipte het licht aan. Van schrik om het plotselinge licht werd Knulletje stil.
Jantje maakte de wiegegordijntjes open en keek naar binnen.
Lag me die kwajongen haar toch in haar gezicht uit te lachen!
„Heb-je ooit!” riep ze. „Bart, kom es kijken!” 't Viel Bart erg mee, dat hij geen huilend kind te zien kreeg. Als ie nou maar stil blééf ook.
Maar stil blijven, dat was de bedoeling niet van Knulletje. Want zoodra Jantje het gordijntje terug liet vallen, wist hij nog precies waar hij gebleven was, en ging prompt verder.
„Je moet dat kind niet zoo laten huilen,” ried Bart haar.
„Ja, maar ik mag hem niet opnemen.”
„Van wie niet?”
„Van mevrouw niet. Dat is niet goed voor kleine kinderen,” leeraarde ze.