138
de slaapkamer niet weer een huiltje gekomen was, nu harder en langer.
„Rekt ie zich weer uit?” vroeg Bart beheerscht. „Nou?” twijfelde Jantje bezorgd.
Ze wist natuurlijk niet, hoe hij anders *s avonds was, maar zoo'n geluidje overdag beteekende altijd een ernstige huilpartij, die soms eindigde in dan maar wat vroeger geholpen worden. En helpen mocht ze hem niet, en wat te eten geven kon ze hem niet...
ft Werd weer stil, gelukkig. Maar toch bleef Jantje met onrust luisteren naar elk geluidje in huis.
„Zou dat trommeltje niet leeg moeten?” stoorde Bart haar.
„Ben je? ’t Is alleen om te presenteeren!” „Waarom doe je dat dan niet?”
Jantje zuchtte. En presenteerde.
Toen verhief Knulletje vastbesloten zijn stem, om niet dan voor korte pauzes te zwijgen.
Bart werd er zichtbaar ongemakkelijk onder. Hij schoof op de divan heen en weer, keek Jantje telkens vragend aan, en vroeg tenslotte benauwd: „Rekt ie zich nog uit?”
„Nee,” zei Jantje beslist, „dat is huilen.” „Waarom huilt ie dan zoo?”
„Dat weet ik niet. Dat is het 'm juist.”
Z'n medelijdend hart ging open voor dat jongetje, dat huilde en niet wist waarom.