135
„Jawel. Natuurlijk moet ik het wel nemen, als mevrouw er niet is om het te geven.”
„O. Geef me dan maar vijf schepjes.”
Jantje gaf ze niet. En Bart overdacht stil, dat zulke dingen nooit meevielen: je beenen bungelden maar wat, zonder sporten aan de stoelen, en suiker kreeg je op visite ook niet, zooveel als je lustte... Hij keek eens onderzoekend de kamer rond. „Ligt dat prettig, zoo’n canapé?”
„Divan,” verbeterde Jantje.
„Ligt dat prettig, zoo'n divan?”
„Hoe weet ik dat nou? Ik heb er nog nooit op gelegen!”
„Waarvoor zijn die dingen dan?”
„Nou, om op te zitten als je er zin in hebt, en voor meneer om op te slapen als er een zuster in huis slaapt, en om eventjes op te gaan liggen rusten.” „O. Wel een aardig divantje.”
Hij zei het, of hij dagelijks dozijnen divans keuren moest.
Even later:
„Wat staat er op dat schilderij?”
,/t Is een ets,” zei Jantje trots.
„Waarom?”
,,'k Weet niet. Zoo heet zoo’n ding.”
„Hoe weet je dat?”
„O, in m’n vorige betrekking al gehoord!”