133
bij mevrouw's haar en wangen! O, en die zijden schoentjes er onder uit! Ze waren van dezelfde kleur als de jurk zelf!
„Gom, wat prachtig !” was alles, wat Jantje kon uitbrengen.
„Mooi, hè?” vond mevrouw zelf.
Ze draaide zich langzaam om, dat Jantje haar heelemaal bekijken kon. Ze had de mooie jurk zoo lang niet aan gehad, en ’t was zoo heerlijk, te weten dat je er mooi uitzag, voor een zóó dankbaar publiek als Jantje!
Nee, zoo mooi had Jantje niet gedacht, dat haar mevrouw gekleed kon zijn. De gewone jurken van iederen dag waren al leuk genoeg, hoor, — maar hierin, — hierin, — als je niet beter wist zou je gewoon denken: een dame, een dame uit een deftig huis!
Er werd zachtjes gebeld. Jantje liep hard naar de voordeur, en vond Bart voor de deur staan, verlegen en heel opgelucht, dat het Jantje maar was, die opendeed.
,/k Ben toch niet te vroeg?”
„Nou? Meneer en mevrouw zijn er nog!”
„O! Zal ik dan maar een poosje terug gaan?” Ze pakte hem als een klein jongetje bij de hand, voerde hem door de gang, en klopte aan de kamerdeur.