I3i
Allemaal visioenen kreeg Jantje van een Knulletje, dat niets deed dan brullen, brullen om z’n moeder, 't Kwam ook doordat mevrouw zelf zoo angstig was om weg te gaan. Daar werd je vanzelf ook ongerust van.
Toen Knulletje weer in de wieg lag, en tevreden knor-geluidjes maakte, werd z'n moeder ook een beetje anders.
„Nou zul je wat zien,” pochte ze, „nou ga ik me aankleeden!”
Ze verdween in haar kamer. Meneer was allang kant en klaar, maar die had ook geen Knulletje te helpen voor hij wegging.
Jantje hoorde tot in de keuken heftig water-gespat, en daarna stilte. Zeker de haren en de jurk.
Even later: de tusschendeur naar de huiskamer, die openging. Nu was mevrouw zeker klaar, en liet ze zich aan meneer kijken. Jantje hoopte, dat mevrouw zich ook nog in de keuken zou laten zien. Natuurlijk zou ze dat: ze moest toch goeienavond zeggen!
„Jantje, kom es kijken!”
Dat was mevrouw zelf, die haar riep.
Toen ze de kamer binnenkwam, zag ze... Nee, dat was mevrouw niet! In die beeldige zijden jurk, die prachtige reseda kleur, die zoo heelemaal paste