HOOFDSTUK VII
Van al de gekke namen, die mevrouw het jongetje gaf, was „Knulletje” het minst onmogelijk, en daarom noemden meneer en Jantje hem dan maar Knulletje.
Zuster niet. Die noemde hem niet eens bij zijn echte naam, Robbie. Zuster zei aldoor „de baby”, en dat vond Jantje ërg akelig, want dat kon je tegen ieder klein kindje wel zeggen, of het nu een jongetje of een meisje was, of het ft kindje van mevrouw was of elk ander kind. En het kindje van mevrouw was toch héél iets anders dan welk ander kind ook!
Maar toen zuster weg was, zei niemand in huis meer wat anders dan Knulletje, behalve mevrouw, maar dat was niet bij te houden, wat die allemaal wel zei.
Toen zuster weg was, namen meneer en Jantje het van haar over. Jantje had een paar keer scherp toegekeken, hoe meneer dat deed: een zacht kussen in de rug van het lage leunstoeltje leggen, en een