ii9
Zjuut, — weg was de heele akelige dag van gisteren...
„Kom hier met je kop," zei mevrouw opeens, en trok met beide handen Jantje's hoofd naar zich toe.
„Daar!"
Toen ze tot het besef kwam, dat mevrouw haar een kus gegeven had, — mevrouw haar een kus gegeven had... toen was er maar één ding, waar Jantje heftig naar verlangde, — en dat ééne ding deed ze ook:
Haar hoofd in mevrouw's deken duwen, en een deuntje huilen...
„Zuster," hoorde ze mevrouw's stem, „heb je ooit zoo’n malle Janus gezien?"