n8
beetje anders, dan ze het gedacht had. Was Bart net zoo geweest, toen hij pas geboren was? Ze kon het zich niet meer voorstellen...
„Is 't geen schat?” vroeg mevrouw gretig.
Jantje keek nog eens aandachtig naar de vuistjes, die open en dicht knepen, naar de nageltjes, zoo groot als speldeknoppen, naar het neusje, het on-mogelijk-kleine neusje, — en toen zag ze opeens, dat het een schat was...
Ze wou verlegen de kamer uit sluipen, omdat het zoo nieuw was allemaal, die wieg, de zuster, en mevrouw met haar twee vlechten.
Maar mevrouw verweet haar:
„Gefeliciteerd heb je me ook nog niet eens!”
Ze schrok.
„O ja! Ik... ik feliciteer u!”
Mevrouw stak haar hand uit bed.
„Moet je dat nou vlak tegen de deur zeggen?”
Ze schoof zachtjes naar het bed toe, gaf mevrouw een hand.
„Kijk me eerlijk aan,” commandeerde mevrouw. „Heb je het gisteren een akelige dag gevonden?”
Jantjes lippen begonnen te trillen.
„Ja, mevrouw.”
„Maar je hebt je kranig gehouden. Dat hebben ze me allemaal verteld.”