ii4
op de divan geslapen had. „Mevrouw slaapt nu wat. We zijn pas om twee uur gaan slapen."
„Hoe lang is het jongetje er al?" fluisterde ze terug.
„Om half twaalf is het geboren."
Half twaalf. Toen was ze nog wakker. Had ze het maar geweten!
Maar wat dan nog? Ze had toch niet kunnen helpen. Vandaag flink zijn, en morgen, en overmorgen, en al de dagen, dat mevrouw nog in bed moest liggen, en daarna ook nog, — dat was het, wat ze nu kon doen.
Ze begon met het beddegoed van de divan weg te ruimen, pakte dadelijk aan, zachtjes en voorzichtig, maar heel vlug. 't Moest er gauw netjes uit gaan zien, dan kon ze voor boterhammen gaan zorgen voor het heele huis, voor mevrouw ook.
„Mag ik vandaag wel bij mevrouw?" vroeg ze een beetje angstig.
„Zoodra ze wakker is, hoor! En dan kun je ook het kindje zien."
Ze had eigenlijk een heele boel te vragen: hoe het heette, of het blond of bruin haar had, hoe het er uit zag. Maar ze durfde niet veel te praten, en straks kon ze toch alles zelf zien.
Onder het redderen door kreeg ze zin, om de kamer een echte beurt te geven, — te boenen of