io5
gaan? Kon je dat wel doen, nu het kindje geboren werd. Moest je niet wachten, — stil zitten wachten op het kindje?
Maar toen dacht ze er aan, dat dit nog gebeuren moest, en dat, en dat. En ze ging hard aan het werk, met alleen dat vreemd-gespannen gevoel in zich, dat ze ergens op wachtte.
De zuster kwam uit de slaapkamer. Kwam ze misschien al vertellen, dat het kindje geboren was?
Nee: of ze — hoe heette ze? Jantje? — of Jantje even een ketel water op wou zetten.
„Voor het wiegekruikje al?” liet Jantje zich ontvallen, maar toen zweeg ze met een kleur, want ze begreep, hoe dom dat was: zoo'n heele ketel vol voor dat heel kleine kruikje!
Zuster moest er eventjes om lachen.
„Nee, Jantje, nog niet voor een wiegekruikje!”
Ze vroeg niet verder, zette het water op, blij dat ze nu ook iets doen kon, — blij ook, dat er eindelijk eens iemand te voorschijn was gekomen uit die bedrijvige slaapkamer, die zoo mijlen-ver af leek.
Alles leek zoo ver weg. Hoe lang was het geleden, dat ze gewoon de kraan aan ’t poetsen was geweest, en niet geweten had, dat vandaag de groote dag zou worden?
Hoe lang was het geleden, dat ze mevrouw nog gesproken had? Wanneer zou ze mevrouw weer