101
verstopt onder een groot laken, maar het was er tenminste. Mevrouw tilde eerbiedig een tip van het laken op, en daar stond het, bloemig en gazig en wazig, — zoo iets moois, dat tante er alleen maar van zuchten kon.
,/k Heb het zelf bekleed,” fluisterde mevrouw, „Jantje heeft het wel gezien, hè Janus?”
„Maar nog niet toen het af was,” zei Jantje zacht. „En nog heelemaal niet zooals nu, met de dekentjes en lakentjes er in.”
„Ja,” bekende mevrouw, „ik wou het zoo graag hebben zoo... zooals het wordt, — zooals het over een poosje wordt...”
De tip van het laken viel weer neer. Ze gingen alle drie stil de kamer uit.
En wat ze alle drie niet zeiden, alleen maar dachten, was:
,/t Is heelemaal klaar. Nu alleen nog maar het kindje er in.”
Alleen nog maar het kindje...