% 98
gezegd had, — kwam ze op 't schip en vond daar tante weer breiende. Trouwens, eiken avond kon je tante breiende vinden. Overdag hield ze zich goed, deed ze alles wat ze doen moest, zonder naar het broekje om te kijken. Maar ’s avonds, dan was het mooi geweest, dan mocht ze breien naar hartelust.
„O, wat wordt het eenig!” bewonderde Jantje.
Tante hield het in de hoogte, — dat deed ze zoowat elke vijf minuten, om een overzicht te krijgen hoe het werd.
„Ja, hè?”
En een beetje ongerust:
„Je hebt er toch niets van aan mevrouw gezegd?”
Jantje lachte verachtelijk: aan mevrouw zeggen! Zoo’n heerlijk geheim aan mevrouw zeggen!
„Ze weet van niets,” vertelde ze. „Ze heeft broekjes genoeg, maar geeneen met sokjes er aan.”
Zelf haalde ze het muts-haakwerkje voor den dag, dat eigenlijk haast geen werk was, want het was nu al bijna af.
En onder het haken door praatte ze, praatte ze maar aldoor over hdar mevrouw, over haar keuken, — en over mevrouw's kindje.
Heerlijk was dat: sinds tante haar mevrouw had leeren kennen, en het kleine huisje, kon ze thuis over dat alles praten. Dat maakte, dat ze niet meer zoo in twee werelden leefde: één in haar betrekking