Sterrekinderen

Titel
Sterrekinderen

Jaar
1946

Druk
1986

Overig
10ed

Pagina's
208



haar eigen dingen terug, en wat ze niet terugvindt, kan haar niets schelen ook, omdat ze al veel te rijk en veel te gelukkig is. Ze wast zich helemaal en gaat dan in haar bed met een laken liggen, zonder bovenbuur en midden op de dag. Haar vriendinnetje ligt in het bed er naast en ze kijken elkaar lachend en ongelovig aan, voor ze inslapen.

Maar de oude vrouw in het bed aan haar andere kant zit rechtop, de handen voor het gezicht en huilt met een klagende stem:

„Dat ze dat van ons gemaakt hebben! Dat ze dat van ons gemaakt hebben!” De meisjes luisteren bedrukt en begrijpen haar niet. Dan trekken ze de dekens over hun oren en slapen in.

Ze lopen vrij door het hele gebouw. Kleine kinderen worden aangehaald door donkerbruine mannen, die ook gasten zijn in dit huis en ook op weg zijn naar hun eigen land. Die hebben een hoop sigaretten en lekkers bij zich omdat ze krijgsgevangenen zijn geweest en veel pakjes hebben gekregen, en ze geven de volwassenen van hun sigaretten en de kinderen stoppen ze vol met biscuits en chocola, tot ze misselijk worden van het ongewone en vele. Ze aaien de kinderen over de wangen en lachen breed om de kinderverrukking.

Het is alles een sprookje, en niet te geloven.

Maar van de binnenplaats klinkt het rumoer van een mensenmenigte en het geblaf van bevelende stemmen op. Als één van de jongens in de hoge vensternis van de benedenverdieping klimt, ziet hij daar de samengesmeten hoop van mannen en vrouwen en kinderen, met enkele uniformen ertussen, zoals hij dat zelf heeft gekend, toen hij met een razzia uit huis was gehaald en toen ze allen op een plein werden samengesmeten. Hij liet zich verschrikt zakken.

Anderen gaan gauw rond door het gebouw en vragen aan ieder, of hij brood over heeft, om deze mensen mee te geven op hun verdere reis. Het zijn Hongaarse Joden, die nu eerst weggerukt en verder gestuurd worden, zoals zijzelf, de nu bevrijden, voor jaren zijn weggerukt en verder gestuurd. En zij, die gisteren, - nee eergisteren, - nog honger hadden en een sneetje brood als een geschenk beschouwden, - zij kunnen nu halve broden weggeven en houden nog genoeg over.

209

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.