daglicht? En is dat alles uit de wrede winter te voorschijn gekomen, zonder dat zij merkten, dat er lente was en zomer? En die slaperige morgengroet van de vogels in de bomen langs de weg, - is die er iedere morgen geweest, ook toen zij er niet waren om het verbaasd te horen?
Het is niet mogelijk, - maar het is dag. De dagstrepen worden breder, tot het licht heerst over hen allen: de velden, de bloemen, de bomen, de vogels, en over de groep moede mensen en kinderen, wier voeten slepen, maar wier blikken en stemmen verwonderd al dit lang-vergetene begroeten.
„Een huis!”
Ze weet nauwelijks meer, hoe een huis er uit zag. Barakken, -barakken, volgepropt met mensen, - barakken, genadeloos overgeleverd aan de kou in de winter en aan de zon in de zomer, -barakken, waar je van buiten al de wirwar van stemmen uit hoorde en de luide stemmen van die bevelen uitdeelden of die ruzie hadden, - maar een huis? Een huis, met de schaduw van bomen er omheen en de stilte van het eigene? Heeft dat intussen voortbestaan, - ook hier?
Dan wijzen ze en noemen ze, met blijde, gedempte stemmen: een sering, - een vlier, - een kastanjeboom, - een stokroos, - o, en een gouden regen! Als kleine kinderen, die de pakjes van een ver-jaardagstafel uitpakken en hun verrassing uitroepen, zo moeten ze opnoemen wat ze zien. „En een vrouw!”
Er hebben niet anders bestaan dan sterremannen en sterre-vrouwen en sterrekinderen, en verder uniformen, doodskop-uniformen. En hier is een vrouw, die wasgoed uitspoelt aan een wastobbe, onder een boom bij een huis, - een vrouw met een schort voor en met natte, blote armen. Heeft dat al die tijd bestaan, zonder dat ze het wisten? „En een kerkje!”
Vroeger, lang geleden, waren er in Holland dorpjes, die je uit de verte al herkende aan hun torenspits. Hoe was dat ook weer: toen kon je in de wijde velden zoeken naar een punt, dat je vertrouwd was, - een torentje, dat wenkte. En hier, ineens, is vlakbij een kerkje op een heuveltje, en daar omheen zijn bomen, die schaduw geven aan de grafstenen in de rondte. Grafstenen, - bestond dat nog, dat mensen mochten sterven in huizen en begraven worden onder een eigen steen?
203