de meeste meesters en juffrouwen ook, - maar hier hebben ze alle tijd en kunnen je laten leren zoveel ze willen.
Niet dat ze het erg vindt: leren kan haar niets schelen. Ze vindt het niet naar en niet prettig. Op school was het ook zo: ze zorgde, dat ze ieder jaar over ging, en het kostte haar niet veel moeite ook, maar achten en negens haalde ze nooit.
Och, - als je er de grote mensen een plezier mee kunt doen . . . Ze heeft wel gerekend op véél spelen en véél draven over het kleine appel-veld, nu alles in deze nieuwe barak zo anders is dan in de vorige. Maar er blijft ook nog wel tijd over om te spelen, en de grote mensen zelf leren net zo hard als de kinderen, of nog harder. Hebreeuws, - altijd en overal Hebreeuws. Ze hopen toch altijd nog, dat ze naar Palestina worden gestuurd, en als je geen Hebreeuws kent, sta je met je mond vol tanden. Er zijn grote mensen, die nog Hebreeuws moeten leren lezen, en er zijn er, die op de les Hebreeuws met elkaar praten of het niets is en die hele boeken in het Hebreeuws navertellen. Er zijn een oude opa en oma, die zijn allebei bang, dat ze hun les niet zullen kennen bij hun meester, en die wandelen ’s avonds altijd gearmd over het appel-veld heen en weer en overhoren elkaar woordjes.
Zij zelf heeft wel Hebreeuws leren lezen, en een klein beetje woorden kent ze ook wel, en ze weet, hoe heel anders het in elkaar zit dan Hollands, maar daar houdt het ook mee op. Het grappige is, dat alles, wat ze vroeger van alle vakken op school heeft geleerd, weer bovenkomt, nu ze weer aan ’t werk wordt gezet. Dat geeft je een beetje plezier er in. Maar zoals de grote mensen, die ’s avonds ook nog naar een spreker gaan luisteren in de mannenbarak, omdat ze in dit kamp ’s avonds niet meer uit elkaar worden gejaagd en omdat er ’s avonds nooit inspectie is, - dat zou ze voor geen goud doen. Ze moet al gapen als ze er aan denkt. Nou ja, maar ze zijn ook veel te blij, dat ze nu kunnen doen, waar ze zelf zin in hebben, - en als ze er nu zin in hebben, naar een spreker te luisteren . . .
Juist als ze weg wil gaan uit het w.c.-huisje, dat hier ook al veel mooier is dan aan de andere kant van het prikkeldraad, ziet ze, dat op de witgekalkte muur met potlood een hele geschiedenis geschreven staat. Ze loopt er heen om te zien wat het is, en lacht
191