ten in de kring rondom hem zijn zacht en gelukkig: de verdrukking kennen ze, en in de bevrijding geloven ze.
Want sterrekinderen léren geen geschiedenis, - ze léven geschiedenis. En als ze in de bevrijding niet geloofden, was hun geschiedenis al lang uit geweest: een oud verhaal met een droevig slot.
Het is niet uit, - nog lang niet!
Uitverkorenen
Niet te begrijpen, - o, niet te begrijpen!
Op het ogenblik, dat de werkers hun middag-appel hebben gehad en hun gewone weg zullen gaan, - het hek uit, iedere groep naar de plaats van zijn werk, - roept de bevelende stem van een groene:
„Mensen met Palestina-papieren niet naar het werk! Op de appel-plaats blijven!”
Niet naar het werk. Op bevel niet naar het werk. De andere groepen weg zien trekken, de troosteloze sleurgang van twee keer per dag, en zelf achterblijven, omdat je Palestina-papieren hebt.
Kinderen hebben het gezien en gehoord en rennen terug naar de barakken om het rond te schreeuwen. Niemand gelooft het; er is zo vaak hoop opgevlamd en gauw weer uitgedoofd. Wie kan nog van deze sterrehel iets goeds verwachten? Die hier binnen gaat, laat alle hoop varen.
Van verre luisteren de kinderen, die, teleurgesteld, geen geloof hebben gevonden, en de enkele moeders, die zich hebben laten meeslepen, naar wat tot de achtergebleven werkers op het appel-veld gezegd wordt. Een paar slimmerds zijn de barak ingegaan, die op het appel-veld uitziet; niemand let op ze of stuurt ze er uit.
„Teruggaan in de barakken, en binnen tien minuten hier zijn met alle papieren en alle familie!”
Niet te begrijpen, - o, niet te begrijpen!
In de zes scheppingsdagen wachtte het heelal aan het begin
188