En als het Pésach wordt...
Is het vandaag gebeurd? Gisteren? Moesten de kinderen Israëls in Egypte mestkarren trekken en loopgraven spitten en oude schoenen uit elkaar tornen? Neen: ze moesten tichelstenen bakken en steden en piramiden bouwen. Was dat Farao in Egypte, die woedend brulde: „Luiaards, - luiaards zijn jullie!”? Neen: het waren mannen in een groen uniform met een doodskop als sieraad en symbool. Waren dat de opzichters in Egypte, die met straf bedreigd werden als de slavenmassa niet meer werk afleverde? Neen: het waren de barakkenleiders. Was dat het slavenbrood der ellende, dat niet rijzen wou? Neen, het waren droge, harde stukken donker brood, met centimeters afgemeten en begerig, zonder boter, verslonden. Was dat de nacht der be-vrijding, toen . . .
Ach neen, - niet verder denken. Het is zo verwarrend.
Maar als het Séderavond is, de inzet van Pésach, - de avond, waarop overal in de wereld een Joodse jongste vraagt, waarom deze avond zo anders is dan alle andere avonden, dan haasten zich weer mannen naar de barakken van hun vrouwen en kinderen. De symbolen, die het antwoord op de vraag van de jongste levend moeten maken, zijn al door vrouwenhanden klaar gezet. Alleen: ze zijn anders dan alle andere Séderavonden.
Er is geen matza op de Séderschotel, om te herinneren aan het slavenbrood der ellende en tegelijk aan de haast, waarmee de kinderen Israëls Egypte verlieten, de haast, die hun de tijd niet liet om hun broodbeleg te laten rijzen. Het eigen brood is genoeg brood der ellende. Er is geen bitter kruid op de Séderschotel, om te herinneren aan de bitterheid der slavernij, de dagelijkse koolrapen herinneren genoeg aan de bitterheid van de eigen slavernij. Er is geen beentje en geen ei op de Séderschotel, om te herinneren aan het Pésachoffer, waarmee elk zich verklaarde te behoren tot hen, die bereid waren tot de bevrijding. Bereid is ieder tot de bevrijding, - maar er is niets, nóg zo armelijk; er is alleen een ongeschilde aardappel in plaats van het ei, en een stukje vlees, gevist uit de koolrapen.
„Waarom is deze avond zo anders dan alle andere avonden?”
Een klein meisje vraagt, en de man antwoordt. Hij antwoordt met het oude verhaal van verdrukking en bevrijding. De gezich
187