en als ze je enkel kleine aardappels in je bakje legt, dus hij weet zeker, dat zij ook naar andere heeft gekeken, die meer hadden.
Ze zucht: „Iedereen boft wel eens.” Hoe zou ze weten, dat anderen geboft hebben, als ze niet naar die anderen had gekeken? Hij weet er alles van, hoor!
Ze pellen hun aardappelen al lang niet meer; er blijft altijd wel wat aan de schilletjes zitten en dat is maar zonde. Maar in de vuilnisbak zoeken of iemand wat heeft weggegooid, dat nog te eten is, - dat doet hij nog niet. Dat is echt een beetje vies. Je kunt beter, als er eten is met allemaal takken erin en je verwacht, dat sommige mensen het niet kunnen doorslikken, in de buurt van een vuilniston wachten. Als je dan iemand met een etensbak naar de vuilniston toe ziet gaan, schiet je er op af en je vraagt, of jij het mag hebben. Zo krijg je nog wel eens een extra portie.
Als er bij het eten-delen wat overblijft, wordt dat verdeeld onder de mensen, die aan de beurt zijn voor een extra hap. Hij kijkt iedere dag op de lijst, of ze nog niet aan de beurt zijn; hij kan het niet laten, ook al weet hij, dat ze pas zijn geweest en nog lang niet weer komen. Je kunt toch niet weten?
Grote mannen hebben soms hei: baantje, de zwaarste gamellen met eten naar de barakken te sjouwen; de gewone gamellen worden door de vrouwen zelf gedragen. Zulke mannen zijn dan meestal zo slim, een kroes aan hun riem te dragen; als de barakkenleidster een beetje goeiig is, geeft ze ze wel een halve kroes soep cadeau voor het brengen. Er is één oude meneer, die vroeger in een groot, prachtig huis woonde, waar hij altijd langs kwam op zijn weg naar school, - daarvan kent hij hem, - en die is gamellendrager en vraagt op zo’n beleefde manier om een hapje soep, dat geen één barakkenleidster nee kan zeggen. Het mag eigenlijk niet, want de porties zijn precies uitgerekend voor de mensen in de barak, maar zo één hapje kan er wel af. Toch een bof, als je gamellendrager bent en je kunt het zo beleefd vragen!
Er is nog een manier om wat extra’s te krijgen: gamellen uitlikken. In de barak worden beurten aan de kinderen gegeven om uit te likken, dus daar kom je maar een enkele keer aan de beurt. Maar in sommige barakken waar geen kinderen zijn, likken ze heel slecht uit; dan komen de gamellen leeg buiten te staan, maar echt goed leeg zijn ze niet. Je weet de plaats, waar alle lege ga
172