Na een paar uren wordt ze wakker, klam in haar bovenkleren. Ze moet zich even bezinnen; hoe komt ze zo nat? Het is alleen zweet, - het is gelukkig alleen zweet.
Ze laat zich zakken en tast in het donker haar weg naar de eetzaal.
Appel
Die naar het werk moeten, horen niet bij hun appel; die zijn al ’s morgens om zes uur uit de barak gejaagd om naar het werk-appel te gaan. Als die ziek zijn en ze hebben boven de 39 koorts, - onder de 39 geldt helemaal niet, - moeten ze toch om zes uur naar het appel om zich ziek te melden; dat mag geen ander voor ze doen, want dat vertrouwen de groenen niet. Van het werk-appel gaan ze dan in rijen van vijf naar hun werk: de meesten naar de tent van de schoenen, waar ze oude schoenen uit elkaar moeten tornen, - veel mannen naar het buitenwerk, waar ze moeten graven of mestkarren moeten trekken in plaats van paarden, - veel vrouwen naar de keuken om aardappelen te schillen en groente schoon te maken. Je ziet ze in lange slepen, waar geen eind aan komt, buiten het barakkenhek langs gaan; om over half twaalf zie je ze terug komen, als ten minste alles goed is en ze niet voor straf, zonder pauze en zonder eten, moeten werken tot zes uur. Ze stormen op het etendelen af, zodra ze om kwart voor twaalf in de barak zijn; ze hebben vreselijke haast, want eerst moeten ze nog in de rij op eten wachten, dan een plaatsje zien te vinden aan één van de tafels, dan gauw het eten naar binnen slokken, - en als het moeders zijn, ook nog de kinderen te eten geven, - dan onder de kraan in het washok de etensbakje afwassen, - en dan worden ze om half één weer uit de barak gejaagd voor het middag-werk-appel.
Om over zes zie je ze weer aankomen, als er geen extra straf-uur is. De mannen proberen gauw nog in de barak van hun vrouw en kinderen te komen en daar hun boterham op te eten; het gaat heel haastig, want om zeven uur mogen er geen mannen meer in het vrouwenkamp zijn. Als er een strafuur is, komt er natuurlijk helemaal niets van.
167