Sterrekinderen

Titel
Sterrekinderen

Jaar
1946

Druk
1986

Overig
10ed

Pagina's
208



kan niet overeind komen en ze wil het ook niet. Ze is vergeten, waarvoor de tocht begonnen is; ze wil nu maar blijven liggen, de hele koude nacht door, en wachten, of het morgen weer licht wordt. Het kan haar niets meer schelen.

Daar draait het zoeklicht van de wachttoren haar kant uit. Ze ziet de rand van de greppel en een groot stuk van het veld; vlakbij ziet ze het huisje. Terwijl het zoeklicht nog in haar richting wijst, klimt ze er uit en loopt vlug naar het huisje. Haar hart klopt heftig, van het klimmen en ook van de angst, dat die man daar boven op de wachttoren misschien niet weet, dat ze ’s nachts buiten de barak mag zijn. Dan zal hij op haar schieten. Nou ja, - en als hij schiet? Het komt er eigenlijk niet meer op aan. In het huisje heeft ze de handen niet vrij om het lantarentje te knijpen. Ze stopt het in haar mantelzak en tast, waar ze zijn moet. Overdag kun je zien, waar het vies is en waar niet. Nu ziet ze niets, en het is vies.

Op de terugweg flitst nog één keer het zoeklicht over haar heen. Daardoor weet ze, waar de barakken liggen en tussen de barakken gaat het beter. Ze ziet door een reet in de deur de schijn van het lampje in de eetzaal en zo vindt ze de weg naar binnen. Een ander wacht al ongeduldig op het lantarentje.

„Wat ben je lang weggebleven!” zegt de vrouw, die de wacht houdt.

„Ja,” zegt ze dof. Ze kan niet spreken over al wat daar buiten was; het is te erg. Alleen stoot ze er hees uit:

„Ik ben ziek. Ik ben heus ziek. Mag ik de volgende keer binnen blijven?”

De vrouw bekijkt in het licht van de lamp haar gezicht, waar alle verschrikking en modder op getekend is, en knikt; ze schrijft haar naam op voor de volgende wacht. Als ze in de slaapzaal de bedden geteld heeft en zich toch weer aan de krukjes heeft gestoten, trekt ze beneden de natte modderschoenen uit en klimt omhoog. Haar drijfnatte mantel legt ze weer aan het voeteneind.

Ze wil slapen. O, ze wil alleen maar slapen. Als ze straks weer naar beneden moet, is ze gelukkig ziek en hoeft ze alleen maar in het donker naar de eetzaal te gaan. Niet meer in een greppel vallen. Niet meer doodgeschoten worden. Niet meer in dat vieze huisje, waar je niet zien kunt en alleen maar voelen .. .

166

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.