uit is, komt dadelijk een ander, telkens een ander. Er rijdt een zingende duisternis, over de Lüneburger heide. Er rijdt een vrachtauto, volgeladen met kinderliedjes. Als hij met een ruwe schok stilhoudt en de bout wordt weggeschoven, het achter-schot weggenomen, zodat de ogen verblind zijn en de leden verlamd in de beknelling van de anderen, is ’t laatste liedje nog niet uit; de kinderen zingen het tot het eind.
De uniformen met de doodskoppen staan er voor en houden de wacht, dat geen ontsnapt. Ze worden met kinderzang begroet.
„Vooruit! Ópschieten!” roept er één.
Want ze hebben haast. Ach God, - ze hebben zo’n haast. . .
Nachten
De eerste nacht heeft ze reusachtig geslapen; ze was zó moe van de vorige nacht in de trein, van de hele dag naast vader buiten staan om te wachten tot hun namen waren opgeschreven, - moeder met het kleine zusje waren in een vrachtauto in het kamp gekomen en hun namen waren al lang opgeschreven, - van het uitpakken en bed opmaken, - zo moe, dat ze haast niets meer kon eten van wat moeder intussen voor haar had klaargezet, en dat ze maar meteen in haar bovenbed is geklommen. Ze is die eerste nacht niet één keer er uit geweest, en dat gebeurt haar haast nooit in een kamp, want er zijn altijd in de barak wel kinderen, die huilen, of vrouwen, die elkaar iets toeroepen, of iemand, die niet goed wordt of uit een bovenbed valt. Dan word je wakker, en als je wakker bent, moet je meteen naar het washok; zij ten minste. Je slaapt dan wel weer gauw in meestal, maar als je zo’n drie keer of meer die lange tocht door de nauwe gangetjes tussen de bedden hebt gemaakt en in het washok hebt moeten wachten tot het vrij was en dan weer terug bent gelopen, - dan ben je ’s morgens moe, hoor! En die morgen na de eerste nacht was ze haast niet moe, zó vast had ze geslapen.
De tweede nacht is ze er wel uit geweest, maar toen was er ten minste nog een beetje licht op in de slaapzaal. Dat was maar goed ook, want de gangetjes zijn hier veel nauwer dan in het vorige kamp; dikke vrouwen moeten zijdelings lopen, anders
161