Sterrekinderen

Titel
Sterrekinderen

Jaar
1946

Druk
1986

Overig
10ed

Pagina's
208



In het heldere maanlicht zien de volwassenen het ondergelopen land langs zich trekken: grote stukken water, waar eenzame boerderijen en verdwaalde boomgroepen bovenuit steken. Soms staat de trein uren stil, zo maar ergens in het land, zonder stad of station. Als de locomotief weer aantrekt, schrikken de kinderen even wakker, maar slapen dadelijk verder; ze weten het weer en zijn gerust: ze zitten met vader en moeder in de trein, op weg naar Palestina .. .

Ergens, waar een grote stad moet zijn geweest, stopt de trein weer. Door een kale ruimte, waarlangs zwartgeblakerde balken vroegere huizen en een straat aanduiden, rijdt, dwaas en grotesk, een tram. Speelt de maan mee in dit dodenspel? Waarom belicht ze anders de open holten zo fel tussen de zwarte staken? Waarom laat ze anders die paar glasresten zo wit blikkeren tussen verkoolde raamlijsten? En als de trein verder rijdt, waarom gaat ze dan mee en toont de dodenstad van het éne eind tot het andere? De kinderen rijden slapend door deze spookwereld. De grote mensen zien elkaar aan, zwijgend en huiverend. Ze lezen in eikaars ogen, dat ook de ander die grote, machtige hand gezien heeft, die aan de sterrenhemel boven de geblakerde huizenresten het woord schrijft, het verdoemende woord: „Mené mené tekél oefarsien.” Ze voelen geen vreugde omdat dit de stad van de vijand is geweest; ze voelen geen medelijden, omdat dit de huizen van de mensen zijn geweest. Ze weten alleen, dat voor een ogenblik de blinddoek van hun sterfelijke ogen is genomen en dat ze de ondergang van een wereld aan zich voorbij zien rollen.

Maar het kleine meisje, dat in de hoek bij het raampje te slapen is gezet en dat werkelijk de ogen dicht leek te hebben, zegt met een hoog, nadrukkelijk stemmetje:

„Is dit hier Palestina? Ik wil niet in Palestina wonen, want alle huizen zijn hier kapot!”

De halve nacht staat de trein stil op een verlaten spoor. Om beurten slapen de mensen een poos in; als ze wakker worden en zien, dat ze nog niet verder zijn, denken ze gelaten, dat ze hier misschien wel voor altijd worden vergeten. Maar als de morgen daagt, schokt alles wakker, doordat de locomotief aantrekt. En door bossen en heide naderen ze het kamp, waarvan ze nu, moe

159

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.