trein werkelijk begint te rijden, hebben ze nog geen houding voor hun benen gevonden en ze vergeten Hebreeuwse liederen te zingen, - juist zij, in een mensenwagen en op weg naar Palestina, -juist zij, niet in een veewagen en niet op weg naar Polen/ Ze schamen zich, als ze het merken, maar dan is het al te laat, want het kamp ligt achter hen en kan hen niet meer horefi zingen, zoals het, met bewondering en trots, de zingende veewagens iedere week heeft horen weg rijden. Die benen ook, - die ellendige benen, waar je geen ruimte voor vindt, - en je hebt nog wel zo gedroomd van een triomfantelijke uittocht.. .
Dag Nederland, - dag lief Nederland, - dit is het afscheid dan: in de vallende duisternis, maar met het maanlicht voorzichtig en mild over de winterheide, over de stille, trouwe bossen, over de laatste, verspreide huisjes. Dag Nederland, - jij hebt het niet gewild, dat het afscheid zo zou zijn: zonder dat de eigen, vrije wil het ogenblik kan bepalen, - zonder dat een hand naar je kan worden uitgestrekt om je nog aan te raken, voor *t laatst.
De kinderen nemen geen afscheid. Ze hebben geen jaren gekend, die ze konden binden aan dit land, dat nu onder de wielen van de donkere trein van ze weg schuift. Ze hebben nog nooit tijd gehad om ergens in de wereld wortel te schieten. Misschien is het wel goed zo; wortels uittrekken doet pijn, en waar de wor-teluiteinden afbreken is een wond. Zonder pijn en zonder wond rijden de kinderen het andere land binnen, dat over hen beschikt.
Als ze slaperig worden, gaan ze om brood en lekkers zeuren. Er valt net genoeg maanlicht naar binnen, dat de moeders uit hun beknelling te voorschijn kunnen kruipen om tassen met eten voor de dag te halen.
De meesten hebben kort geleden pakjes gekregen, en dat komt nu te pas. Als de kinderen tevreden zijn, nestelen ze zich boven op de stapels bagage en proberen te slapen. De kleintjes moeten in moeders arm liggen, maar voor moeders arm is geen ruimte en hoe kan moeder een schoot maken, als haar benen nergens heen kunnen? Dit is een mensen wagen; hoe hebben de moeders in de veewagens het gedaan? En hoe hebben de kleintjes in de veewagens het gedaan, als er geen moeder was, die tenminste pro-béérde een schoot te maken? En de tweede nacht en de derde?
158