ernstig lijken. Maar dan zijn de berichten uit de ziekenbarak gunstiger, en de kinderen en volwassenen beginnen te merken, dat je door twee prikkeldraadhekken heen met de buitenwereld kunt praten, al moet je een beetje schreeuwen, en dat je kilometers kunt afleggen, als je maar vlijtig heen en weer wandelt op het eigen plekje zand binnen het prikkeldraad. Je kunt gymnastiek doen met grote groepen, - je kunt balspelen op touw zetten, waar je vóór de quarantaine nooit aan hebt gedacht, - en binnen, in de eetzaal kun je de avonden goed en gezellig maken.
En dan is er deze verlichting, die een sfeer van langvergeten rust in de barak brengt: de dinsdagen gaan deze barak voorbij. Mensen of kinderen in ziekenafzondering, - die kunnen ze immers niet op transport sturen! O, er is veel goeds in wat eerst een ramp lijkt. Uit het raam van de eetzaal zien ze iedere maandagmiddag de trein het kamp binnen rijden. Iedere maandagavond zien ze de verlatenheid van de weg, omdat niemand dan buiten zijn barak mag zijn, behalve de ordedienaren en de enkelen met een witte band om de arm. Iedere dinsdagmorgen zien ze de trein wegrijden. Ze staan dan op van hun schooltafels, kijken naar buiten en zeggen zacht, ieder voor zichzelf: „Lechoe lesjalom!” Gaat in vrede . . .
En toch is het net, of het hun niet meer zo raakt als toen er kinderen en mensen uit de eigen barak met die trein meegingen. De afstand naar de hoofdweg met de rails lijkt groter geworden. De kinderbarak lijkt een vesting, niet afgesloten, maar beschermd door prikkeldraad. De weken lijken minder dagen te hebben; van maandagmorgen springt het over naar dinsdagmiddag, - wat daar tussen ligt, wordt overgeslagen. Het leven is goed, als er geen maandagmiddag, geen maandagnacht en geen dinsdagmorgen bestaat.
Dan, op een maandagmiddag, - de kinderen zitten aan lange tafels onder het lamplicht en eten hun avondboterham, - worden de volwassenen van tafel geroepen naar de gang. De grote kinderen knipogen tegen elkaar, zodra er geen grote mensen meer bij zijn; ze hebben een verrassing voor één van de leidsters, die jarig is en wier verjaardag, omdat het de Joodse datum is, juist nu, met zonsondergang, begint. Als de grote mensen straks weer
146