mand zal verraden, wat zich in hun verdroomde ogen weerspiegelt.
Is het een wiegelied geworden? Wat wil de viool eigenlijk? Is dat een man, die een viool bespeelt, of is het een viool, die een man bespeelt? Of bespelen ze samen de kinderdromen, die rondzwerven door de zaal?
Als de man de viool onder zijn kin wegneemt en zo de tover-stroom verbreekt, liggen de kleintjes van één-hoog met de duim in de mond en een tevreden lachje op het slapende gezichtje.
Welterusten - Goeiemorgen
In verdiepingen gaan ze naar bed en in verdiepingen staan ze op. ’s Avonds één-, twee-, drie-hoog, - ’s morgens drie-, twee-, één-hoog. En in al die eenvormigheid van bedden en van lot heeft elk zijn eigen vragen, zijn eigen hoop, zijn eigen angsten en vreugden, zijn eigen gedachten en zijn eigen gebed bij het slapen gaan en bij het wakker worden.
Welterusten, - goeiemorgen, - in die ogenblikken zijn kinderen eigen wezens en geen samengedreven massa meer. Ze zullen dat eigen wezen meenemen, waar ook heen, en alleen bij het eind en bij het begin van hun dag zal het te voorschijn komen.
Eén-hoog:
Het kleine meisje, dat verstopt is geweest en gevonden, zet haar vrome nachtgebed-gezichtje.
„Wat wil je zeggen: het versje van de tantes of het Joodse van de andere kinderen? ”
„Allebei!”
Ze vouwt de handjes, sluit de ogen tot op een kiertje, en zegt, zo onbegrepen alsof het ook Hebreeuws is:
„Ik - ben - moe - ik - wil - nu - slapen - gaan, -O - Heer - wil - mij - bewaken -Ver - geef - mij - zo - ik - heb - misdaan -En - wil - mij - be - ter - maken. -”
Ze zegt het tot het eind, knoopt dan de vingertjes los, doet de ogen open en zegt in dezelfde dreun, niet wetend, dat haar voor
141