De weg alleen

Titel
De weg alleen

Jaar
1949

Pagina's
195



Ze opende de ogen. Tegenover haar hing Leo’s portret.

„Leo,” glimlachte ze.

Het was een lachend portret.

„Eindelijk,” zei hij.

# #

Toen ze binnen kwam, trok hij één ogenblik pijnlijk de wenkbrauwen samen. Ze kwam toch niet met verwijten, om die ontmoeting, toen Hettie naast hem liep?

Maar dadelijk zag hij aan haar stil en gelukkig gezicht, dat het anders was. Dat hij haar kwijt was. Dat er een vrij mens tegenover hem stond.

„Ik ben gekomen,” — ze ademde diep, — „om te vragen of er weer werk voor me is. En om te zeggen, dat het over is.”

Over. Als het bij andere vrouwen over was geweest, waren ze hem gaan haten, hadden ze hem verweten, wat buiten zijn wil om gebeurd was. Maar zij haatte hem niet, — hij zag het met een zekerheid, alsof ze het hem gezegd had.

„Nu veroordeel je me zeker,” zei hij toch, met een moeilijke glimlach.

„Veroordelen?”

Het woord kwam uit een vreemde wereld. Wat had zij te oordelen? Kon hij het helpen, dat zijn stem was, zoals hij was, — en dat de vrouwen waren, zoals ze waren? Haar gedachten waren geen ogenblik in die richting gegaan.

195

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.