De weg alleen

Titel
De weg alleen

Jaar
1949

Pagina's
195



„Als je daar maar voor zorgt. Want ik zeg je, — als je nog lang zo blijft, word jij het grootste gevaar voor je jongetje.”

„Denk je? Wat ben je al wijs, Car.”

Ze zei het in volle ernst. En Car dacht: „we zijn allemaal gelijk bij ons eerste kindje. Of we nou twintig zijn of in de dertig. Het komt altijd onvoorbereid.”

Mientje kwam binnen.

„Tante Car! Dag moeder.”

Ze kuste Tine op het voorhoofd.

„Nog wat nieuws op school?” vroeg Tine.

„Ja zeg! Dat Franse proefwerk van gisteren, — dat hebben we nu al terug! Een zeven. Valt nog mee, hè?”

„Valt reusachtig mee. Je dacht niet meer dan een vijf.”

Car keek stil toe. Wat goed was het hier geworden. Wat een uitwisseling was er tussen Tine en het kind.

„Tante Car, hebt u het broertje al gezien? Hoe vindt u hem?”

„Aardig, maar onvriendelijk.”

Mientje lachte hardop.

„Dat heb ik ook al gezegd! Niet moeder? Maar vader vindt hem vriendelijk genoeg.”

„Een gesloten geheel,” dacht Car. „Een gezin. Nu het jongetje er is helemaal. Wat is het allemaal nog goed geworden.”

Eén ogenblik ontmoetten haar ogen die van Tine.

185

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.