Het was anders geworden. Het was alles anders geworden. Dit wras de Moederschoot.
Met een paar stappen was ze bij moeder.
De zucht, waarmee ze, neerknielend, haar hoofd in de plaid wegborg, was als de na-snik van een kind. Al het leed, al de ontbering van jaren, ontglipte haar in die zucht.
„Moeder,” zei ze gesmoord. „Moeder.”
181