De weg alleen

Titel
De weg alleen

Jaar
1949

Pagina's
195



„Op haar slaapkamer nog.”

„Ligt ze?”

„Nee, ze zit al op.”

Ze gooide haar mantel en hoed slordig op de kapstok, en liep haastig de trap op. Ze wachtte even voor de deur, want haar haast mocht ze niet meebrengen in een ziekenkamer. Ze keek met een glimlach achter zich, of Flip daar opeens weer stond om haar te waarschuwen, dat ze er niets aan zou hebben. Neen, Flip was niet eens in huis, en Lydia niet, — alles was anders dan toen. Beter. Alles werd goed.

Onhoorbaar deed ze de deur open.

Bij het raam, met kussens in de rug, zat moeder. Veranderd.

Iets in de lijn van rug en schouders trof Car. Even gebogen, — o, onmerkbaar, — niet eens gebogen, maar buigzaam. Het haar, zorgvuldig opgemaakt als vroeger, had iets van zijn glans verloren. Er liepen strepen grijs door.

Nu keerde ze Car haar gezicht toe. Versmald, verstild. Getekend met de herinnering aan haar gesprek met de Dood.

Het sterke en strakke uit dit gezicht was weg. Er was iets nieuws in gekomen, dat Car met ingehouden adem bij de deur gebannen hield, in vaag, blij vermoeden.

Hun ogen ontmoetten elkaar, verloren zich één ogenblik in elkaar. Toen gleed Car’s blik lager, omvatte de hele zittende figuur voor het raam. Bleef rusten bij de schoot, die met een plaid was ingestopt.



180

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.