De weg alleen

Titel
De weg alleen

Jaar
1949

Pagina's
195



HOOFDSTUK XIII

Het was niet over.

Nooit meer zou ze zichzelf in de waan brengen, dat het over was.

Bij het vorderen van het werk naderde ook de tijd, dat het afgeleverd zou worden. Ze zou het niet brengen. Ze zou hem nooit weerzien, zolang het niet over was. En als er geen wonder gebeurde, zou het altijd blijven, zoals het nu was: alleen in rust zolang ze hem niet zag.

Deze rust wou ze bewaren, ondanks het werk, dat in de toekomst op zijn tafel, in zijn kantoor zou komen te liggen, — hoe, dat wist ze niet. Vroeger zou ze geloofd hebben, dat deze rust werkelijkheid, blijvende werkelijkheid was. Ze wist nu beter.

Als ze het geld niet zo nodig had, — als ze van dit werk, dit van Evenburg, niet zo hield, — dan was het beter, als ze nooit meer uren besteedde aan iets, dat in zijn handen kwam. Dat bestemd was voor hem.

Maar nu moest het. Ze moest ook sterk genoeg zijn om het te kunnen, en niet vluchten. Ze moest het vluchten te boven zijn, — het vluchten tenminste, als ze al het andere nog niet te boven was.

Het werken zelf viel haar makkelijker. Ientje was

De weg alleen 11


161

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.