men, zelfs als het niet mogelijk is deze onmiddellijk te betalen. Intussen zal het Wereldsecretariaat naar de nodige middelen in dit opzicht zoeken.'
'Wie is ertegen?' vroeg Paul Firelle. Geen enkele hand ging omhoog. 'Dan stel ik ook de volgende motie voor,' vervolgde hij: 'Geen enkel lid van het Wereldsecretariaat kan zich verbinden tot uitgaven voor de Wereldpartij die hoger zijn dan vijfentwintig dollar, tenzij het Wereldsecretariaat dit heeft beslist.'
Terwijl ik haastig op het perron van het Centraal Station sprong, vroeg ik mij af wat ik tegen mijn collega's van de nachtploeg moest zeggen, want drie kwartier te laat komen zonder geldig excuus, en dat op zondagavond... Het vroor buiten als eens, in die koude oorlogswinter, maar mijn gezicht gloeide en dampte in de avondkilte. Er stond geen tram. Ik rende naar mijn werk om geen minuut meer te verliezen. Buiten adem kwam ik op de afdeling, waar gelukkig geen collega's te bekennen waren, want ieder was druk aan het werk, in een telefooncel, op de telexafdeling.
Ik lag in bed en kon niet slapen. Zodra ik mijn ogen sloot verdween mijn gevoel van evenwicht, leek het alsof ik in een schip lag dat door golven heen-en-weer werd gesmakt. 'Ben jij daar, Sal?' vroeg Bep slaperig omdat ik tegen haar aan schokte, en ik kon niet antwoorden, want anders moest ik huilen. Het zweet brak mij aan alle kanten uit, en het water kwam mij tot aan de lippen, spoelde in mijn keel zodat ik bijna stikte, en ik schreeuwde: 'Help mij toch, help mij toch.'
'Hij heeft zware koorts,' hoorde ik in de verte een man-nestem zeggen, en Bep vroeg: 'Wat is het, dokter?'
2i 5