ling over te discussiëren".
Wat een genoegen. Toen ik bij jullie was heb je mij gezegd dat de verhoudingen onder ons zo helder mogelijk, "als kristal" moesten zijn. Je hebt zelfs gezegd dat je een "absoluut vertrouwen in mij stelt".
Luister Martin, als na al die moeilijke jaren waarin ik waarlijk loyaal tegenover jullie ben geweest, niet om persoonlijke redenen maar uit volledige politieke solidariteit, een gemene intrigantenbrief jullie ondersteboven gooit en jullie aanleiding geeft tot een ontoelaatbare briefwisseling met Max waarbij het om kletspraatjes gaat, weet ik niet meer waar ik me bevind. In elk geval marcheer ik niet op die grondslag. Eerst moet er de noodzakelijke opheldering komen. Broederlijk, Sal.
26 september 1962
Beste Sal,
Ik open nooit de brieven van wie dan ook, en natuurlijk niet van Miranda. Miranda schrijft aan wie zij wil, wat zij wil, en dat is volkomen haar zaak. Ik kan je mening niet delen dat Max een intrigant is, noch dat er sprake is van een intrigue tegenover jou. Dat zijn ontoelaatbare uitdrukkingen.
Max heeft je gesloten en pessimistisch gevonden, en dat was misschien mijn schuld. Dat is alles. Laten wij met beslistheid dit incident sluiten, in afwachting van een persoonlijke ontmoeting tussen elkaar voor een mondelinge uiteenzetting.
Wij hebben oneindig belangrijker dingen onder het oog te zien, dan op een zo kritiek ogenblik voor onze beweging persoonlijke grieven erin te mengen en de vriendschap van ons front te verstoren. Laten wij dus wachten op een uiteenzetting die je tevreden zal stellen, daar ben ik zeker van, volledig tevreden, op de volgende bijeenkomst in Turijn. Martin.
207