'Jij hebt makkelijk praten! Waarom ga je nu huilen?'
'Omdat we je straks weer moeten missen, dat zul je zien.'
'Maar je leest het toch? Ik word verscheurd tussen de beweging en het gezin. In plaats van me te helpen een oplossing te zoeken schrijven ze brieven achter mijn rug.'
'Als je het zo erg vindt, wees dan zo flink ze te antwoorden en schreeuw niet tegen mij.'
20 september 1962
Beste Martin,
Het betreft waarlijk een zeer geraffineerde intrigue. Toen ik van jullie terugkwam, heb ik alles gedaan om contact met Max te zoeken. Bij hem thuis, niemand. Ik heb zijn bureau opgebeld, waar men mij vertelde dat hij afwezig was tot 24 augustus. Ik heb geprobeerd zijn vakantieadres te bemachtigen, onmogelijk er achter te komen. Zo groot was zijn belangstelling om te weten hoe het bij jullie ging.
Toen ten slotte, twee dagen voor genoemde datum, is hij me komen opzoeken. Er was geen enkele vijandigheid van mijn kant. Integendeel, we hebben hem gevraagd te blijven eten enzovoort, en hij was zo goed te spreken dat hij diezelfde week nog twee keer is gekomen. Ik heb hem, als altijd, volledig ingelicht, en het is ronduit een leugen dat hij "woord voor woord uit mijn mond moest trekken".
Triest was ik evenmin. Je kent mijn documenten, al mijn brieven; die zijn steeds optimistisch geweest wat het perspectief betreft, en daar heeft mijn reis niets aan veranderd. Integendeel, ik was erg blij dat mijn eigen toestand op bevredigende wijze ten slotte wordt geregeld, en wel in het kader van een revolutionair perspectief, enzovoort. "De eeuwige tweestrijd, verscheurd zijn", die ken ik niet, ik ben geen soort Hamlet. Natuurlijk is het moeilijk, altijd de plicht naar twee kanten te vervullen, maar voor mij is dit altijd een eenheid geweest, een geheel, een totaliteit. Hoe het ook zij, ik gun jullie het genoegen er verder met Max "monde
206