pesterijen toen jullie waren vertrokken, Martin. Hij voelde zich verzekerd van jullie steun, en zijn houding van volgzame vriendschap was veranderd in die van hooghartige neerbuigendheid. Mij een uur laten wachten na een afspraak was heel gewoon geworden. Mij aan het verstand brengen dat ik me met zijn zaken niet moest bemoeien, al betroffen zij de belangen van de beweging, had ik maar te aanvaarden, nadat hij vroeger voor elke scheet bij me was gekomen. Maar wat kon mij die rottigheid schelen, en dus beloofde ik een goede samenwerking na te zullen streven, alsof het aan mij had gelegen.
Maar hoe zat het met de mogelijkheid, hierheen te komen?
Jij, Martin, jij beloofde op jouw beurt: 'We zullen hier wel iets voor je vinden. Wat jij nodig hebt ligt lager dan wat de Europeanen hier verdienen, en met jouw capaciteiten...'
Het ijs scheen gebroken te zijn. De verstarring, die mij bij mijn aankomst verwarde, en die mij de pijnigende vraag opdrong wat er toch gebeurd kon zijn, was plotseling verdwenen.
Met zijn drieën gingen wij naar de kasbah, waar jullie met liefde cadeautjes uitzochten voor Bep, de kinderen. Ik kreeg een eenvoudige portefeuille - ik heb hem nog-die jullie bij een joodse koopman kochten aan wie jij vertelde wat er met mijn ouders en broer was gebeurd.
Samen gingen wij terug naar het vliegveld, weet je nog Martin, en ik had het gevoel alsof er nooit enige schaduw tussen ons was geweest. Jij bevestigde het vertrouwen, dat je in me stelde. Omhelzing. Toen vertrok het vliegtuig.
203